Café Weltschmerz: 30-07-2026,
Nancy Pelosi stemde samen met 197 andere Democraten tegen de Stop Insider Trading Act. Wie alleen die uitslag ziet, krijgt een verleidelijk eenvoudig verhaal voorgeschoteld: politici verzetten zich tegen regels die hun eigen beursportefeuille kunnen raken. De werkelijkheid is minder overzichtelijk, maar bepaald niet geruststellender. Het voorstel tegen aandelenhandel werd namelijk samengevoegd met strengere identificatieregels voor Amerikaanse kiezers. Zo veranderde een langverwachte maatregel tegen belangenverstrengeling in een handig verkiezingswapen.
Het Huis van Afgevaardigden nam het voorstel uiteindelijk aan met 232 tegen 198 stemmen. Dertien Democraten sloten zich aan bij de Republikeinse meerderheid; Pelosi behoorde tot de Democraten die tegenstemden. De officiële uitslag klopt dus. Maar de suggestie dat alle tegenstemmers simpelweg hun lucratieve aandelenhandel wilden beschermen, laat een belangrijk deel van het politieke toneel buiten beeld.
De kern van de wet klinkt op het eerste gezicht redelijk. Congresleden, hun echtgenoten en afhankelijke kinderen zouden tijdens hun ambt geen nieuwe individuele aandelen meer mogen kopen. Bestaande beleggingen hoeven echter niet te worden verkocht. Verkopen blijft gewoon toegestaan, zolang dit minimaal zeven en maximaal veertien dagen van tevoren openbaar wordt aangekondigd. Ook bestaan er uitzonderingen voor onder meer breed gespreide fondsen, bepaalde trusts en transacties die voortvloeien uit het beroep van een partner.
Een waterdicht handelsverbod is het daarmee niet. Het is eerder een hek met een paar opvallend ruime doorgangen. De president en vicepresident vallen bovendien volledig buiten de regeling. Wie als volksvertegenwoordiger nieuwe aandelen koopt, kan een boete krijgen en moet de betreffende belegging verkopen,