Materie, lucht, licht en leven

Van de klassieke oudheid, tot enkele honderden jaren geleden, zag men lucht als één enkel element, en niet als een combinatie van verschillende gassen. Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw waren er meerdere wetenschappers die met behulp van chemie gassen uit de lucht wisten te isoleren.
Lucht bleek te bestaan uit verschillende gassen met elk hun eigen, specifieke eigenschappen. Deze gassen zijn stikstof (dat 78% van de lucht uitmaakt), zuurstof (21%), argon (1%) en koolzuurgas, dat slechts 0,04% van de lucht beslaat. Koolzuurgas (ook koolstofdioxide genoemd) is, in tegenstelling tot de andere drie gassen, geen zuiver element maar een verbinding van koolstof en zuurstof.

Daarnaast zijn er nog andere gassen, zoals neon, helium, waterstof, xenon, ozon en krypton, die zo zeldzaam zijn dat ze samen niet meer dan 0,003% van de lucht uitmaken. Ze staan daarom bekend als ‘sporengassen’.

Verder moet waterdamp nog worden vermeld. Dit is de gasvorm van water, die ook in de lucht voorkomt. Waterdamp is, net als koolstofdioxide, geen element maar een chemische verbinding, van waterstof en zuurstof. Het is niet mogelijk om een vast percentage voor waterdamp in de lucht te geven, omdat dit sterk wisselt. Het hangt namelijk sterk af van de weersomstandigheden en de temperatuur.

Zuurstof

De Zweedse apotheker en scheikundige Carl Wilhelm Scheele wist zuurstof uit lucht te isoleren. Hij noemde het ‘vuur lucht’ omdat hij had ontdekt dat het gas verbranding versnelde. Hout en zelfs metalen verbrandden sneller en intenser in het gas.

De Franse scheikundige Antoine Lavoisier ontdekte dat veel stoffen zuren vormden wanneer ze verbrandden in dit gas, en hij noemde het gas daarom oxygène (oxy is Grieks voor ‘zuur’, en gen is Grieks voor ‘maken/voortbrengen’). De Nederlandse term ‘zuurstof’ is hier een rechtstreekse vertaling van. De theorie van Lavoisier bleek later onjuist (zuurstof is niet noodzakelijk om een zuur te vormen) maar de naam is gebleven.

Naast het bevorderen van de verbranding werd er in dezelfde tijd nog een opmerkelijke ontdekking over zuurstof gedaan: het gas bleek namelijk ook het leven te bevorderen. De Engelse wetenschapper Joseph Priestley ontdekte dat een muis in een afgesloten pot met zuurstof twee keer zo lang bleef leven als in gewone lucht. Hij merkte tevens dat wanneer hij een plantje in diezelfde afgesloten pot zette, de plant de ‘verbruikte’ lucht weer herstelde, waardoor een muis er vervolgens weer in kon overleven.

Deze ontdekkingen leidde tot het inzicht dat ademhaling een langzame verbranding is, en dit vormde de basis voor de ontdekking van fotosynthese en de zuurstofkringloop.

Mensen en (de meeste) dieren ademen zuurstof in en verbranden daarmee de voeding, die wordt omgezet in warmte en energie. In de uitademing zitten de ‘uitlaatgassen’ van deze verbranding: koolzuurgas en waterdamp.
De plant neemt koolzuurgas op en zet dit met behulp van zonlicht en water om in glucose (een koolstofverbinding) die het gebruikt als bouwstof. Een deel van de vrijgekomen zuurstof gebruikt de plant ook als bouwstof (bijvoorbeeld voor de celwanden), en het overschot scheidt hij uit. Mensen en dieren (en micro-organismen) en planten houden elkaar zo in leven, en dit staat natuurlijk bekend als de zuurstofkringloop.

Veel mensen beseffen niet dat de vaste stof van een plant, bijvoorbeeld het hout van een boom, grotendeels uit de lucht afkomstig is. Ongeveer 95% van de droge massa van hout bestaat uit koolstof en zuurstof. De boom haalt de koolstof uit de lucht (door de CO2 te splitsen) en de zuurstof deels uit de lucht (eveneens uit de CO2) en deels uit het grondwater (H2O). De mineralen worden net als het water door de wortels uit de bodem gehaald.

Bij de verbranding van het hout, en ook bij de natuurlijke afbraak, komen het water en de koolstof weer vrij in de lucht, in de vorm van waterdamp en koolzuurgas. Wat overblijft is een kleine hoeveelheid as. Deze as bestaat hoofdzakelijk uit mineralen, die uiteindelijk weer worden opgenomen door de aarde, waarmee de kringloop rond is. De zonne-energie wordt ook weer vrijgegeven bij de verbranding, in de vorm van licht en warmte.

De wisselwerking tussen planten en mensen (en dieren) vormt een perfecte biologische cirkel (kringloop). Wat de één uitademt als afval, gebruikt de ander als brandstof.

De organen van mens en dier, en de bladeren van planten, spelen een wonderbaarlijke tegengestelde rol in deze kringloop. Het hart-longsysteem van de mens kan gezien worden als een omgekeerde plant. Waar de plant zich overgeeft aan de buitenwereld en ademt via de bladeren, ademt de mens naar binnen. Wat bij de plant aan de buitenkant en aan het licht is blootgesteld, bevindt zich bij de mens in de beschutte binnenwereld van het lichaam.

Hier een overzicht van de tegenstellingen:

Aspect Het Blad (De Plant) Hart & Longen (Mens en dier)
Kleur Groen
Bladgroen & chlorofyl
Rood (complementair aan groen)
Het zuurstofrijke bloed in hart en longen.
Gaswisseling Neemt koolzuurgas (CO2) op en geeft zuurstof (O2) af. Neemt zuurstof (O2) op en geeft koolzuurgas CO2 af.
Energie Opbouwend
Absorbeert licht en zonne-energie om materie op te bouwen in de vorm van suikers (koolstofverbindingen).
Afbrekend
Verbrandt suikers met zuurstof om energie vrij te maken voor beweging en bewustzijn.
Beweging Naar buiten gericht
Het blad spreidt zich maximaal uit in de ruimte om contact te maken met de omgeving (licht).
Naar binnen gericht
De longen halen de buitenlucht naar binnen. Het hart trekt het bloed uit de periferie van het lichaam voortdurend terug naar het centrum van ons wezen.
Structuur Het blad is plat. Het ontvouwt zich tweedimensionaal, en maximaliseert zijn oppervlakte. Hart en longen zijn driedimensionaal. Ze sluiten de ruimte af en maximaliseren het volume.
Ritme Passief / Seizoensgebonden
Het blad reageert traag op de externe ritmes van dag/nacht en de seizoenen.
Actief / Dynamisch
Hart en longen hebben een eigen, autonoom innerlijk ritme (ademhaling en hartslag).


Stikstof

Net als zuurstof maakt stikstof ook deel uit van een kringloop, en net als de zuurstofkringloop is de stikstofkringloop fundamenteel voor het leven.

Nu is het vrij bekend dat een mens zonder zuurstof niet kan leven. Bij stikstof is dit voor veel mensen minder duidelijk. Het tegendeel lijkt op het eerste gezicht eerder waar te zijn. De Nederlandse naam ‘stikstof’ werd gegeven omdat puur stikstofgas het leven letterlijk ‘stikt’. Een dier of plant die in een ruimte met stikstofgas wordt gezet zal sterven.

De Franse scheikundige Antoine Lavoisier gebruikte een soortgelijke naam, namelijk ‘azote’ (wat “zonder leven” betekent). Pas later kreeg het element in veel talen de naam ‘nitrogenium’, omdat stikstof een belangrijk onderdeel bleek te zijn van salpeter (nitrum), een stof waaruit men stikstof kan scheiden.

De stikstofkringloop is een fascinerende cyclus. Hoewel de lucht voor 78% uit stikstofgas (N2) bestaat, kunnen planten en dieren het niet direct opnemen. De stikstofatomen zitten daarvoor te stevig aan elkaar vast. Speciale bodembacteriën zetten het stikstofgas om in ammoniak (NH3), waarna andere bodembacteriën het transformeren tot nitraat (NO3). Dit nitraat kunnen planten wél met hun wortels opnemen, en ze maken er eiwitten en bladgroen (chlorofyl) van. Mensen en dieren krijgen de stikstof binnen door planten te eten, en scheiden het weer uit via urine en ontlasting. Bodembacteriën breken die afvalstoffen weer af tot nitraat, en andere bodembacteriën (de zogenoemde ‘denitrificerende’ bacteriën) zetten een deel van het nitraat weer om in stikstofgas, dat weer in de atmosfeer komt.

Het is opvallend dat stikstof (N2) en koolzuurgas (CO2), gassen die essentieel zijn voor het leven op aarde, de laatste jaren juist als problematisch voor de samenleving worden gezien. Het is natuurlijk waar dat industrieën CO2 uitstoten, en het is ook bekend dat door het gebruik van kunstmest het nitraat in de bodem toeneemt. Wanneer je de studies echter leest, dan lijkt er niet alleen een wetenschappelijk, maar ook een ideologisch motief te spelen. Dit is uiteraard een controversieel onderwerp, en dit artikel heeft niet het doel om daar dieper op in te gaan (er is veel goede literatuur over te vinden). Wat nog wel gezegd kan worden, is dat een ideologie die naar totale macht streeft, zeker belang zal hebben bij het reguleren van fundamentele levensprocessen (bijvoorbeeld door het opleggen van regels en invoeren van belastingen).

Argon

Argon, het derde meest voorkomende element in de lucht, is een ‘edelgas’. Dit betekent dat het ‘inert’ is, het gaat geen verbindingen aan met andere elementen. Argon maakt daarom ook geen deel uit van een kringloop. Omdat het niet reageert, is Argon ook moeilijk om te isoleren via een chemisch proces, en het is dan ook relatief laat ontdekt (in 1894). De naam Argon werd bedacht door de Engelse classicus Henry George Madan. Argon komt van het Griekse woord “ἀργόν”, wat letterlijk “traag” of “inactief” betekent.

Het inerte karakter van Argon maakt het juist interessant voor praktische toepassingen. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt als isolator. Wanneer je door een raam met dubbel glas kijkt, dan is de kans groot dat je door een laagje argon kijkt. Waar vroeger gewone droge lucht tussen de glasplaten werd gestopt, gebruikt men nu argon. Argon geleidt warmte namelijk slechter dan normale lucht, wat zorgt voor betere isolatie.

Een luchtledige ruimte (vacuüm) zou theoretisch nog beter isoleren, maar dit is vaak geen optie. De dubbele ramen zouden bijvoorbeeld tegen elkaar drukken. Museumstukken, bijvoorbeeld oude documenten, worden om deze reden ook vaak in argon opgeslagen. Voor het conserveren van bepaalde levensmiddelen en dranken wordt ook argon gebruikt. Bijvoorbeeld in een fles wijn. Wanneer je de lege ruimte (boven de wijn) luchtledig zou maken dan zou het gassen het de wijn onttrekken, en dat is natuurlijk niet gewenst. Argon neemt dus ruimte in, en kan geen reactie aangaan met de wijn.

Het feit dat argon in de lucht zit, maakt dat het makkelijk voorhanden is en met de technologieën van vandaag de dag is het eenvoudig uit de lucht te isoleren.

Omdat argon een edelgas is, is een argon atoom dat vele miljoenen jaren geleden is ontstaan, altijd onveranderd gebleven. Argon heeft dus iets ‘eeuwigs’. Argon maakt 1% van de lucht uit, zoals eerder gezegd, maar dit is toch niet gering. Het betekent dat in 1 kubieke meter lucht 10 liter argon zit. In een huiskamer zijn dus tientallen liters argon aanwezig. Argon maakt weliswaar geen deel uit van een kringloop, en het gaat geen enkele verbinding aan met aardse processen, maar we ademen het wel in. In slechts 1 ademhaling ademen we triljoenen argon atomen naar binnen. Wanneer je bedenkt dat een mens per etmaal meer dan twintigduizend keer ademhaalt, dan zijn dat heel wat argon atomen.

Argon atomen ademen we dus exact zo uit als we ze ingeademd hebben. Een argon atoom dat we uitademen, zal iemand anders op een later moment ook weer inademen. Wanneer je een argon atoom uitademt, dan is volgens wetenschappelijke modellen de kans dat binnen één jaar ieder ander mens op aarde hetzelfde atoom heeft ingeademd, vrijwel 100%. Omdat de argon atomen onveranderd blijven, zal ieder argon atoom dat we inademen ook door ieder mens in het verleden zijn ingeademd. Dus exact hetzelfde argon atoom dat ooit door Napoleon is in- en uitgeademd, of door Julius Caesar, Cleopatra, Jezus, Boeddha, Ramses II en miljoenen jaren eerder door een dinosauriër, zullen wij ook inademen.

Occulte betekenis van gassen

Wanneer je dit zo beschouwt, dan lijkt er een betekenis te zijn die verder reikt dan de huidige natuurwetenschappelijke verklaringen. Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, sprak in meerdere voordrachten over de verborgen (occulte) betekenis van gassen. In de antroposofie wordt de fysieke natuur gezien als een weerspiegeling van spirituele wetmatigheden. Gassen in de atmosfeer zijn niet zomaar chemische elementen, maar dragers van specifieke kosmische krachten. In de 3e voordracht van de Landbouwcursus 1924 (GA 327) sprak Steiner over gassen en hun relatie tot de mens. In voordrachten (in GA 320) sprak hij specifiek over edelgassen.

Rudolf Steiner omschreef de edelgassen als ‘overblijfselen’ of ‘getuigen’ van de allerhoogste, meest pure spirituele toestanden uit het begin van de schepping, die nu in gematerialiseerde vorm rusten in onze atmosfeer. Omdat de edelgassen zich onttrekken aan de chemische verbindingen, vormen ze een sfeer die zich in een ‘rusttoestand’ bevindt.

De edelgassen zijn (net als alle gassen) fysiek gezien wel in beweging, en ze bereiken (via de luchtstromen) de hele wereld, en ook het binnenste van de mens en de dierenwereld (via de ademhaling). Doordat wij de Argon atomen inademen en onveranderd weer uitademen, ontstaat er volgens Steiner een diepe, ononderbroken verbinding tussen alle levende wezens en de kosmos.

Volgens Steiner, en latere antroposofische schrijvers, heeft argon ook een zeer individuele werking. Om dit duidelijk te maken zal even in het kort het mensbeeld volgens de antroposofie beschreven worden, en hoe deze in relatie tot gassen staat.
De mens bestaat uit vier wezensdelen. Dit zijn het fysieke lichaam, het etherische, of ‘vitale’ (levens) lichaam, het astraal lichaam (drager van de gevoelens), en het ‘Ik’.
Koolzuurgas staat voor het fysieke lichaam. Koolzuurgas bevat uiteraard koolstof, en dit is ook natuurwetenschappelijk gezien de basis van al het fysieke (organische) leven. Steiner beschrijft zuurstof als de ‘drager van het etherische’, en stikstof als ‘de drager van het astrale’.

Over edelgassen schreef Steiner dat deze gassen zich weigeren te verbinden aan de aardse materie. Omdat ze onveranderd zijn gebleven, fungeren ze als een soort spirituele “getuigen” van het “kosmische geheugen”, en vormen zo een drager van kosmische (niet aan tijd en materie gebonden) wetmatigheden. Waar stikstof en zuurstof de bemiddelaars zijn binnen de biologische processen op aarde (en voortdurend reageren), daar is argon de stille onveranderlijke verbinder met de kosmos. Volgens Rudolf Steiner schept deze onveranderlijke kwaliteit de noodzakelijke rust en ‘vrije ruimte’ waarin het menselijke ‘hogere ik’ (het vierde wezensdeel) zich kan ontwikkelen.

Zout

Er is een bijzondere overeenkomst tussen het edelgas argon en het mineraal zout. Zout heeft hetzelfde dubbele karakter als argon. Zout is namelijk isolerend, maar tegelijkertijd ook verbindend. De isolerende eigenschap heeft net als bij argon praktische toepassingen.

Zo kan zout als isolator dienen, bijvoorbeeld van elektriciteit, maar afhankelijk van de toestand kan het ook een elektrische geleider zijn. Zout is van zichzelf niet geleidend, maar wanneer het wordt opgelost in gedestilleerd water (dat ook niet geleidend is), dan zal de zoutwateroplossing geleidend worden.

Naast de geleidende eigenschap kan zout ook een isolerende ‘doodse’ werking hebben. Denk bijvoorbeeld aan de dode zee, deze is zo zout dat er niets in kan leven. Deze eigenschap van zout is millennia lang en wereldwijd gebruikt voor het conserveren van voedsel (voor de komst van de koelkast). De isolerende werking van zout gaf het dus een zeer praktisch nut, uiteraard naast het gebruik als universele ‘smaakmaker’. Om deze redenen werd zout altijd als waardevol gezien. Daarbij had zout het voordeel dat het niet vergaat, en een constant soortelijk gewicht heeft, zodat maten en hoeveelheden eenvoudig konden worden vastgelegd. Dit maakte het zeer geschikt als ruilmiddel, en zout wordt daarom als de voorloper van geld gezien. In het Romeinse Rijk werd soms loon uitbetaald met een zoutrantsoen, en het woord ‘salaris’ stamt van dit gebruik af.

De isolerende eigenschap van zout stimuleerde zo de handel. Het zout ging van hand tot hand, en tegelijkertijd gingen ook de goederen over en weer. Het zout zette dus een beweging in gang, en het creëerde economische banden, tussen koper en verkoper, leverancier en producent.

De tweevoudige en waardevolle kwaliteit van zout, namelijk de duurzaamheid en tegelijkertijd het verbindende, gaf het een symbolische waarde. Het werd gebruikt voor het verzegelen van vriendschappen en handelsrelaties, en in sommige landen wordt dit nog steeds gedaan. Het oude testament spreekt over het zoutverbond, en ook hier heeft het een tweezijdige betekenis. Het zoutverbond wordt beschreven als een band tussen de mensen, maar ook als de band van de mens tot God.

Zout is een mineraal. Het is sterk gerelateerd aan de aarde, en het is het element dat volgens de alchemie voor de fysieke wereld staat. Zout wordt tevens in verband gebracht met het bewustzijn. Denk bijvoorbeeld aan de ‘zoute waarheid’, en de tegenstelling ‘iemand zoet houden’. De uitdrukking ‘zout in de wond strooien’ beschrijft een fysieke (en pijnlijke) reactie, maar het wordt figuurlijk gebruikt om iemand met een ongemakkelijk feit te confronteren en zo pijnlijk bewust te maken van de realiteit.

Chemisch gezien bestaat zout uit twee elementen, bijvoorbeeld Natrium en Chloor (NaCL) of Kalium en Chloor (KCL). De atoomstructuur van zout heeft zeer bijzondere geometrische eigenschappen. Deze komen aan bod in de laatste video van de serie ‘Harmonische lichamen’.

Hier te zien: https://youtu.be/Pm-p4bud0bg

Rudolf Steiner sprak uitgebreid over zout. Hij stelde dat er een direct en fundamenteel verband bestaat tussen de zout processen in het menselijk lichaam, en het aardse, wakkere dagsbewustzijn. Om te kunnen denken op aarde, heeft de menselijke geest een fysieke weerstand nodig. De zouten in onze hersenen vormen die weerstand. Steiner beschreef zoutvorming als “afstervingsproces”, dat de basis van het menselijke intellect vormt. Het zenuwstelsel en de hersenen moeten als het ware een beetje “afsterven” (kristalliseren).

Wanneer zout kristalliseert, komt het tot rust, vormt het vaste grenzen en wordt helder (het laat licht door). Het zoutproces in de hersenen stelt de mens in staat om heldere, begrensde en bewuste gedachten te vormen.

Zout en Argon

Zowel argon als zout belichamen dus op een paradoxale manier twee uitersten: isolatie (grenzen stellen, conserveren, zuiver houden) en verbinding (geleiding, gemeenschap, eeuwigheid).

Argon is net als zout alomtegenwoordig in de wereld. Maar waar zout duidelijk waarneembaar is (bijvoorbeeld bij iedere hap eten), daar zijn we ons niet bewust van argon. Het gas is niet lang geleden ontdekt, en is onzichtbaar en reukloos.

Waar zout het bewustzijn verankert in de fysieke wereld, en de basis is voor het ‘wakkere dagbewustzijn’ en het logisch verstand, daar schept argon de mogelijkheid voor de mens om zich te verbinden met zijn hogere kosmische bewustzijn.

Rudolf Steiner wijst nog op een interessant onderscheid tussen kristallen en edelgassen, en hun relatie tot licht. Een zoutkristal fungeert als een ‘lichtdrager’. Het laat licht door en breekt het, waarmee het licht zich verbindt met de materie. Steiner beschrijft het licht dat in relatie staat tot edelgassen als vormloos en ‘niet-uitgekristalliseerd’. Omdat dit licht niet aan materie gebonden is, behoort het tot een hogere kosmische orde. De mens heeft de taak dit vrije licht zelf vorm te geven en te transformeren tot het hogere ik-bewustzijn.

Hugo van der Zee – Juli 2026